Marmer is een natuursteen: geen twee platen zijn gelijk. Daarom kiest u het liefst in het echt, met de platen naast elkaar. Twee soorten zien we in de showroom het vaakst terug: Calacatta en Nero Portoro.

Calacatta: licht en rustig

Calacatta komt uit de Apuaanse Alpen, bij Carrara in Toscane. De ondergrond is helder wit, met brede aders in grijs tot goudachtig. Het maakt een ruimte lichter en past bij een strakke keuken net zo goed als bij een klassieke badkamer.

Nero Portoro: donker en uitgesproken

Nero Portoro is een zwart marmer met goudgele en witte aders, oorspronkelijk gewonnen aan de Ligurische kust bij Portovenere. Het geeft een ruimte diepte en warmte. Op een wand achter een vrijstaand bad of als werkblad wordt het steen zelf het middelpunt.

Kies de plaat, niet alleen de soort: de aders bepalen het beeld.

Gepolijst of gezoet

Gepolijst marmer glanst en laat de tekening het sterkst zien. Gezoet (mat geslepen) marmer is zachter van uitstraling en laat krasjes en kalkvlekken minder snel zien, wat in een badkamer of op een werkblad prettig is.

Onderhoud

  • Marmer is poreus: laat het impregneren, zodat vlekken minder snel intrekken.
  • Zuren tasten het oppervlak aan. Veeg citroensap, azijn en wijn direct weg.
  • Gebruik geen ontkalkers of schuurmiddelen, maar een pH-neutraal reinigingsmiddel.

Twijfelt u welk marmer bij uw ruimte past? In de showroom ziet u beide soorten in complete opstellingen, bij daglicht en bij lamplicht.